​Impingement van de schouder

De schouder bestaat uit drie beenderen, het schouderblad, de bovenarm en het sleutelbeen. De rotatorcuff, een manchet van vier pezen, verbindt de bovenarm met het schouderblad. Pezen verbinden de spieren met het bot. Door spanning te zetten op de spieren van de rotatorcuff kan de arm geheven en gedraaid worden.

Hoe is het schoudergewricht opgebouwd?

Bij bewegingen houdt de rotatorcuff de kop van de bovenarm stevig in de kom van het schouderblad (het glenoid). Het dak van de schouder wordt gevormd door het acromion (bovenste deel van het schouderblad). Tussen het acromion en de kop van de bovenarm bevindt zich een slijmbeurs (een zakje gevuld met vocht). Deze slijmbeurs verhindert dat de rotatorcuff te hard tegen de onderkant van het sleutelbeen wrijft en kapot gaat.

download.php?cs=3c1a7&id_token=dyflnp910

Hoe ontstaat impingement van de schouder?

In normale omstandigheden is er voldoende ruimte tussen de kop van de bovenarm en het schouderdak (acromion) waardoor de tussenliggende rotatorcuff ongehinderd kan bewegen. Ook zorgt de goedwerkende slijmbeurs ervoor dat deze structuren soepel bewegen. Toch is er iedere keer dat de arm naar boven wordt gebracht, ook bij de normale schouder, een lichte wrijving en knelling van de pezen tussen de bovenarm en het acromion.

Bij mensen die veel werken met de handen boven het hoofd (schilders, behangers etc.) of bij bepaalde sporten (zwemmen, werpsporten etc.) kan dit continue wrijven van de pezen wel leiden tot blijvende pijnklachten, het zogenaamde impingement syndroom. Er treedt dan een verdikking en irritatie op van de slijmbeurs die ontstoken raakt, de rotatorcuffpezen raken verdikt en ontstoken en kunnen op termijn beschadigd worden of zelfs scheuren.

download.php?cs=6dc4a&id_token=tbrqkd910

Er kunnen echter ook afwijkingen aan het schouderblad zelf zijn die maken dat de ruimte waar de pezen doorheen lopen kleiner wordt. Denk hierbij aan botuitgroei aan de voor/onderzijde van het acromion. Deze botranden gaan snel de onderliggende pezen irriteren en beschadigen. Sommige mensen hebben van nature al een zeer nauwe ruimte door een abnormale vorm van het acromion dat sterk naar voren omgebogen is.

Daarnaast kan bij het toenemen van de leeftijd de bloeddoorstroming in de rotatorcuff verslechteren waardoor ook problemen kunnen ontstaan. Dit is lastig te behandelen omdat met een operatie de bloeddoorstroming niet verbetert.

Test hier uw schouderklachten

De behandeling

In eerste instantie wordt altijd geprobeerd om de aandoening te behandelen zonder operatie. Zo kan er een injectie met een ontstekingsremmend middel worden gegeven in de slijmbeurs. Indien daarbij een gunstig effect wordt verkregen kan dit eventueel nog één of twee keer herhaald worden. Bijkomend wordt ook een behandeling bij de fysiotherapeut voorgeschreven.

Voorbereidingen op de kijkoperatie

Wanneer injecties en oefeningen onder begeleiding van de fysiotherapeut niet naar voldoening aanslaan wordt u geopereerd. Met de anesthesist wordt bepaald of u zonder risico een operatie onder narcose of een regionale verdoving kunt ondergaan. Samen met u bepaalt de anesthesist welke vorm van verdoving u krijgt. Met uw voorkeur wordt uiteraard rekening gehouden.

De kijkoperatie

In de meeste gevallen kan de ingreep uitgevoerd worden via een kijkoperatie. U komt in zijligging op de operatietafel te liggen. Via twee of drie kleine sneetjes kan de kijkoperatie met kleine instrumenten uitgevoerd worden. Uw arts zal eerst het hele gewricht en de slijmbeurs op andere problemen controleren. Vervolgens wordt met een minishave- en zuigbuisje een deel van de ontstoken slijmbeurs verwijderd. Met een minifreesje wordt vervolgens een laagje bot van het acromion verwijderd. Als er kalk in het peesblad zit, wordt dit indien mogelijk verwijderd. Door de operatie ontstaat er meer ruimte tussen de kop van de bovenarm en het schouderdak, waardoor tussenliggende rotatorcuff pezen minder bekneld raken. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten.

Mogelijke complicaties en risico's

Zoals uw arts met u heeft besproken kunnen bij elke operatie complicaties optreden. Bij een kijkoperatie komt dit gelukkig zelden voor. Complicatie kunnen zijn:

  • lokale bloeduitstorting
  • (wond)infectie
  • (tijdelijke) zenuwuitval

Nabehandeling Wondverzorging

24 uur na de behandeling mag het absorberend verband verwijderd worden. Twee dagen na de operatie mag u weer douchen en kunt u de pleisters vervangen.

Immobilizer

U krijgt een immobilizer voor de eerste twee dagen om het wondgebied tot rust te laten komen. Daarna mag u op geleide van pijn en vermoeidheid het gebruik van immobilizer snel afbouwen.

Bewegen en fysiotherapie

0-2 weken:

Vanaf de eerste dag na de behandeling is het goed om al te beginnen met bewegen, denk hierbij aan de volgende zaken:

  • Probeer de omliggende gewrichten (nek, elleboog, pols/ vingers) mobiel te houden.
  • Voer minstens zes keer per dag pendeloefeningen (kleine bewegingen maken, waarbij u voorovergebogen staat of zit en de arm ontspannen naar beneden hangt) uit.
  • Binnen de pijngrens mag u rustig kleine bewegingen maken met de arm eventueel ondersteund door andere hand.

Onder begeleiding van de fysiotherapeut kan langzaam de belastbaarheid opgebouwd worden. Hierbij zal aandacht besteedt worden aan:

  • Aanleren correcte houding /stand van het schouderblad.
  • Aanleren van goed bewegingspatroon.
  • Soepel maken van het schoudergewricht.
  • Starten van actief oefenen binnen de pijngrens (nog geen weerstand, geen kracht ).
  • Aandacht vooral voor frequent bewegen met goed bewegingspatroon, zonder pijn en kracht.

2-6 weken:

  • Langzaam bewegingsuitslagen vergroten binnen pijngrens (niet forceren).
  • Uitbreiden spierfunctie training binnen pijngrens in eerste instantie gericht op verbetering van circulatie en coördinatie.
  • Functioneel: arm inschakelen bij activiteiten beneden schouderhoogte met korte hefboom.

Na 6 weken:

  • Toewerken naar volledige bewegingsuitslagen van de schouder.
  • Spierkracht verder opbouwen.
  • Functioneel oefenen richting hervatten van dagelijkse activiteiten, werk en sport.

Totaal herstel; drie tot zes maanden

Autorijden

Wanneer u de kracht en bewegingsmogelijkheid hebt om veilig aan het verkeer deel te nemen mag u weer autorijden (meestal na drie-vier weken).

Pijnmedicatie

Volgens voorschrift op de medicatietray.

Controle

U wordt zes weken na de operatie op controle verwacht, de afspraak hiervoor krijgt u mee. Zijn er problemen, dan kunt u eerder contact opnemen. De hechtingen mag u na twee weken laten verwijderen bij uw huisarts.