Bicepstenodese

De biceps ontspringt aan de voorkant van de schouder en eindigt kort onder de elleboog. Bij de voorkant van de schouder heeft hij twee koppen: een lange en een korte kop, beide koppen hechten aan op een andere plek (zie ook figuur 2).

De biceps zorgt voor buiging van de elleboog, het opendraaien van de onderarm en het heffen van de bovenarm. Naar de functie van de lange kop van de biceps is veel onderzoek gedaan en tot op heden is hierover nog geen eenduidigheid. Er wordt zelfs gezegd dat de lange kop van de biceps geen functie heeft. Dit wordt gebaseerd op het feit dat mensen waarbij de lange kop is doorgeknipt (=tenotomie) geen/ weinig beperkingen hebben.

Wat is een bicepstenodese?

Bij een bicepstenodese snijden ze de lange kop van de biceps door, deze wordt vervolgens buiten het schoudergewricht of op de bovenarm vastgezet.

Waarom wordt deze operatie gedaan?

Bij pijnklachten in de schouder speelt de lange kop van de biceps mogelijk een rol. Tijdens een kijkoperatie beoordeelt de orthopedisch chirurg wat de rol van deze pees op de schouderklacht is. Als het behandelen van de bicepspees een goed gevolg kan hebben op de klacht, kan de orthopedisch chirurg besluiten tot een tenodese of tenotomie. Dit is moeilijk voorafgaand aan de operatie te bepalen.

Hoe ziet het herstel/de fysiotherapie eruit?

Na de operatie wordt u doorgestuurd naar een fysiotherapeut. Deze fysiotherapeut zal u begeleiden in uw herstel en uw aanspreekpunt zijn bij problemen die u ondervindt.

In grote lijnen zal uw revalidatie vier fasen doorlopen. Bij elke fase horen criteria om door te gaan naar de volgende fase. De snelheid van de revalidatie is dus afhankelijk van hoe het gaat (pijn, zwelling en functie) en niet zozeer afhankelijk van een aantal weken.

Het is belangrijk om te realiseren dat een bicepsprobleem vaak samengaat met andere schade en operaties aan de schouder. De restricties en tijdsindicaties van deze folder kunnen daarom ondergeschikt zijn aan richtlijnen voor het behandelen van de mogelijke andere schade. Overleg altijd met uw fysiotherapeut als dit bij u het geval is!

De eerste fasen zullen met name gericht zijn op het verminderen van pijn en zwelling en het herstel van de beweeglijkheid van de schoudergordel. Tevens zal een start worden gemaakt met het trainen van de spieren rondom de schoudergordel. Na 8-12 weken zal u waarschijnlijk uw activiteiten van algemeen dagelijks leven kunnen uitvoeren. Naarmate de revalidatie vordert, zal de krachttraining worden uitgebreid en wordt er gewerkt naar terugkeer van werk-, en sportactiviteiten, dit zal ongeveer na 16-20 weken gebeuren.

Moet ik een sling gebruiken?

Na een bicepstenodese moet u de eerste 4 weken een sling dragen. De pees van de lange kop van de biceps moet eerst goed vastgroeien op zijn nieuwe aan-hechtingsplaats. Hoe vaak en hoeveel u de sling moet dragen, gaat in overleg met uw fysiotherapeut. Mogelijk is u voorgeschreven langer de sling te gebruiken. Overleg dit met uw fysiotherapeut.

Complicaties

Gelukkig treden er na een schouderoperatie niet vaak complicaties op. Zoals bij iedere operatie is er echter kans op een:

  • infectie
  • nabloeding
  • zenuwletsel

Meer specifiek voor deze ingreep zijn:

Na een bicepstenodese bestaat de kans dat de pees niet goed vast blijft zitten waardoor de spierbuik van de bicepsspier korter wordt (dit wordt ook wel het 'Popeye sign' genoemd). Dit kan vooral cosmetisch vervelend zijn maar is verder niet schadelijk.

Wat is het uiteindelijke resultaat?

Uit onderzoek is gebleken dat vergeleken met een gezonde arm er weinig verschillen zijn. Of er nog restricties gelden, moet u overleggen met uw fysiotherapeut of orthopedisch chirurg. Een belangrijk doel van de operatie is het verminderen/wegnemen van de pijnklachten die u voor de operatie had. Uit onderzoek is gebleken dat de tevredenheid na een bicepstenodese hoog is.