Hernia

Hernia

Wanneer de ringen van de discus scheuren gaan vertonen en de kern door de scheur van de buitenste ring naar buiten komt spreekt men van een hernia. Een deel van de zachte kern drukt dan op de zenuw. Het kan ook zijn dat alleen de binnenste ringen scheuren. De kern komt dan wel voor een deel naar buiten maar niet helemaal. Er komt een bobbel aan de buitenkant van de discus, een uitstulping. Dit heet protrusie. Hierdoor kan ook druk op een zenuw ontstaan.

download.php?cs=9ec9c&id_token=qzcun1004

Legenda

  1. Hernia
  2. Tussenwervelschijf
  3. Kern (nucleus pulposi)
  4. Zenuw
  5. Banden (ligamenten)
  6. Wervellichaam
  7. Discusringen
  8. Facetgewricht

Een hernia hoeft geen klachten te geven. Dit hangt samen met een aantal factoren, zoals de locatie, grootte en of er een ontstekingsreactie ter hoogte van de zenuw aanwezig is. Zo heeft ongeveer één op de vijf mensen op één of meerdere niveaus een hernia, slechts een klein deel heeft hier ook werkelijk hinder van. Wanneer een hernia alleen klachten in de rug geeft, zal normaal gesproken geen operatie uitgevoerd worden. Andere behandelvormen, zoals injecties, fysio- en manuele therapie hebben dan de voorkeur.

Behandeling hernia

Er zijn drie mogelijkheden voor het behandelen van een hernia:

  • conservatief
  • injectietherapie
  • operatief

Conservatief

Afwachten
In de meeste gevallen wordt een hernia vanzelf kleiner en verdwijnen de klachten. Het is daarom raadzaam zes tot acht weken af te wachten. Bij progressieve uitval van de functie van een zenuw (krachtsverlies en/of incontinentie) moet er wel altijd behandeld worden.

Fysiotherapie
Onder begeleiding van een fysiotherapeut zes tot tien weken spierversterkende oefentherapie doen voor de buik en rug.

Pijnmedicatie
De klachten kunnen tijdelijk onderdrukt worden met pijnmedicatie.

Injectietherapie

Op de plaats van de hernia wordt een ontstekingremmer (Prednisolon) geïnjecteerd. Om de juiste plaats te bepalen wordt dit onder röntgendoorlichting gedaan.

De injectie zorgt er mogelijk voor dat u minder pijn heeft. Het resultaat van de injectie is voelbaar binnen twee weken. De injectie kan zonodig herhaald worden.

Nuchter zijn

U moet tijdens de operatie 'nuchter' zijn om complicaties tijdens en na de operatie te voorkomen. Het niet nuchter zijn betekent dat de operatie niet door kan gaan, omdat anders levensbedreigende complicaties kunnen ontstaan!

Nuchter zijn betekent, dat u tot 6 uur vóór de opnametijd mag eten en (koffie) drinken, daarna niets meer. Uitzonderingen hierop zijn alléén water en thee, deze mag u nog tot twee uur voor de opnametijd drinken. Een slokje water om medicijnen in te nemen, of bij het tanden poetsen is wel toegestaan. Het is verstandig niet te roken, de ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

Let op: Het gaat hier om het aantal uren voor de opnametijd en niet de operatietijd.

De operatie

Wanneer na de conservatieve behandeling en/of injectietherapie de klachten in het been aanhouden of verergeren, is een operatie mogelijk. De operatie duurt gemiddeld een uur en wordt onder narcose uitgevoerd. Er wordt een huidsnede van ongeveer drie centimeter gemaakt, die met een kleine wondspreider wordt opengehouden. Met een microscoop wordt het operatie gebied in beeld gebracht. Via dezelfde opening worden de hulpinstrumenten ingebracht en kan de hernia verwijderd worden. Het belangrijkste doel bij deze operatie is om de druk van de zenuw op te heffen door deze volledig vrij te leggen. Dit betekent dat rondom de zenuw, behalve materiaal van de tussenwervelschijf, soms ook bot verwijderd moet worden.

Lees de ervaring van anderen

Verzorging van de wond

De hernia wond is bedekt met een drukverband. Daags na de operatie wordt deze verwijderd en vervangen door een eilandpleister. Tot aan de controle op de poli moet er een eilandpleister op de wond zitten. U krijgt instructies en verbandmateriaal mee voor thuis.

Bij het douchen bedekt u de eilandpleister met een Tegaderm pleister (waterafstotende pleister). Na het douchen verwijdert u de Tegaderm, de eilandpleister laat u zitten of vervangt u voor een nieuwe eilandpleister. De eilandpleister mag twee dagen blijven zitten, om de dag moet u deze vervangen. U draagt de pleisters tot aan de eerste controle.

Zorg dat u de handen wast voor u een nieuwe pleister plakt. Tijdens het verwisselen van de pleister kunt u zien hoe de wond eruit ziet. De wond is bedekt met steristrips, deze moet u laten zitten tot aan de controle. Laten ze los dan is dat geen probleem.

U moet contact opnemen met ViaSana bij:

  • toenemende wondlekkage of pusvorming;
  • lekkagevocht dat u ruikt;
  • koorts;
  • extreme pijn;
  • plotselinge roodheid;
  • toename zwelling;
  • twijfel of andere klachten.

Complicaties: herkennen en voorkomen

Zwelling
Na de operatie kan er een zwelling ontstaan in het operatiegebied. Dit is normaal en kan enkele weken aanhouden. Als u pijn hebt en de roodheid van de wond neemt toe, dan kan dit wijzen op een infectie. Meestal is de lichaamstemperatuur dan ook verhoogd.

Zenuwbeschadiging
Doordat deze operatie microscopisch wordt uitgevoerd is de kans op een zenuwbeschadiging heel erg klein.

Bloeding in operatiegebied
Een bloeding in het operatiegebied kan optreden tijdens de operatie.

Lekkage van hersenvocht
Een lekkage van ruggenmergsvocht kunt u herkennen aan hoofdpijn, duizeligheid en braken.

Infectie

  • Signalen van infectie
  • Verhoogde zwelling en roodheid in het operatiegebied.
  • Verandering van kleur en geur van het wondvocht en toename van de lekkage.
  • Meer pijn in het operatiegebied.
  • Koorts hoger dan 38ºC.

Trombosebeen

Een operatie kan een bloedprop veroorzaken in de aderen van uw been. Na de operatie moet u daarom tien dagen bloedverdunners gebruiken. Als er ondanks het gebruik van bloedverdunners toch een bloedprop ontstaat, moet dit behandeld worden. U dient contact op te nemen met de orthopedieconsulent. Een snelle behandeling voorkomt dat er een grotere complicatie ontstaat, zoals een longembolie.

Signalen van een trombosebeen

  • De zwelling van bovenbeen of kuit neemt niet af, ondanks het feit dat u het been hoog legt.
  • Pijn, gevoeligheid en warmte in de kuitspier.
  • Een gespannen, glanzende kuit.
  • U kunt uw tenen niet meer richting uw neus optrekken.
  • Let op: bloedpropjes kunnen in beide benen ontstaan!

Voorkomen van een trombosebeen

  • Span uw kuit meerdere malen per dag aan. Dat doet u door uw voet op en neer te bewegen en de tenen richting de neus op te trekken.
  • U moet snel uit bed en gaan bewegen.
  • Gebruik tot tien dagen na de operatie bloedverdunners (fraxiparine).
  • Blijf goed drinken.

Longembolie

Een bloedprop kan vanuit uw been naar de longen gaan. U moet in zo'n situatie met spoed worden geholpen.

Signalen van longembolie

  • U voelt pijn op de borst.
  • U kunt moeilijk ademhalen of hebt een versnelde ademhaling.
  • U hebt het benauwd.
  • U transpireert.
  • U bent verward.