Stabilisatie van de knieschijf

Het kniegewricht

De knie bestaat uit een aantal botdelen, namelijk het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Aan de voorzijde van het kniegewricht ligt de knieschijf (patella). De knieschijf wordt op zijn plaats gehouden door de pees van de bovenbeenspieren. De pees zit vast aan het bot van het bovenste gedeelte van het onderbeen (de tuberositas).

Wanneer is een operatie noodzakelijk?

Een knieschijf kan 'uit de kom' schieten. Dit is enorm pijnlijk vooral als dit voor de eerste keer gebeurt. Vaak moet de knieschijf dan op de eerste hulp weer in de kom gezet worden. Wanneer dit vaker gebeurt, kan een operatie noodzakelijk zijn. De arts stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto's en eventueel een scan van de knie.

Wat houdt een operatie in?

Afhankelijk van de reden waarom de knieschijf uit de kom schiet wordt bepaald welke operatie wordt uitgevoerd. Als de knieschijf te hoog staat dan kan deze naar beneden verplaatst worden. Dit gebeurt tijdens een tuberositas transpositie. Tijdens de operatie wordt de aanhechting van de knieschijfpees naar het onderbeen verplaatst zodat de knieschijf moeilijker uit de kom schiet. Over de onderzijde van het kniegewricht wordt een snede gemaakt van 8-10 cm. Vervolgens wordt de aanhechting van de pees aan de bovenzijde van het onderbeen losgemaakt, waarbij ook een stukje van het bot meegenomen wordt. Tot slot wordt het stukje bot, waar de pees aan vast zit, op de juiste plaats aan het onderbeen gezet.

Dit wordt gedaan met twee of drie schroeven. Als de stabiliteit van de knieschijf toch nog onvoldoende is, kan nog een operatie aan de band aan de binnenzijde van de knieschijf gedaan worden (MPFL reconstructie). Dit wordt altijd tijdens de operatie bekeken.

Er komen dan twee kleinere littekens bij van ongeveer 4-5 cm. Tot slot wordt de wond gesloten met oplosbare hechtingen. Er zijn dus drie operaties mogelijk:

  1. Alleen een tuberositas verplaatsing: hierbij is dus alleen de aanhechting van de knieschijfpees op het onderbeen verplaatst.
  2. Een tuberositas verplaatsing en een MPFL reconstructie. Naast het eerste is er een versteviging van de band gemaakt aan de binnenzijde van de knieschijf.
  3. Slechts een MPFL reconstructie zonder tuberositas verplaatsing.

Specifieke mogelijke complicaties voor deze ingreep

  • De bloeddrukband die de knie bloedvrij maakt, kan strak gezeten hebben. Dit kan een kneuzing veroorzaken. Deze klachten verdwijnen vanzelf.
  • Door de operatie kan er een fractuur (breuk) ontstaan van het bot. Gelukkig komt dit zelden voor!

Complicaties (spoed 24/7)

Bij (twijfel over) de hierna genoemde complicaties, neemt u direct contact op met ViaSana. Ook in het weekend en 's nachts, T (0485) 476 330.

Infectie, bij één of meer symptomen:

  • Toename van zwelling en roodheid in het operatiegebied.
  • Toename wondvocht.
  • Verandering in kleur en geur van het wondvocht.
  • Toename pijn.
  • Koorts (>38°C).

Trombose, bij één of meer symptomen:

  • Als uw kuit dik, rood, glanzend, gespannen en pijnlijk aanvoelt.
  • Als u de tenen niet naar uw neus kunt optrekken.

Longembolie, bij één of meer symptomen:

  • Pijn op de borst.
  • Moeilijk ademhalen of een versnelde ademhaling.
  • Benauwd.
  • Transpiratie.
  • Verward.

Nabloeding, bij onderstaand symptoom:

  • Toename van het bloed in het verband. De kleur is dan helder rood.

De eerste dag na de operatie

Na de operatie komt de chirurg bij u langs en vertelt wat er tijdens de operatie gebeurd is. De verpleegkundige verwijdert het drukverband.

Ook controleert zij de wond. Bij operatie 1 en 2 krijgt u een klittenbandbrace. Deze voorkomt dat de knie teveel doorbuigt tijdens het lopen. De fysiotherapeut gaat op basis van pijn en zwelling de knie oefenen. Ook mag u al uit bed met krukken. Bij de derde mogelijkheid krijgt u geen klittenbandbrace omdat u geen botoperatie heeft gehad en u de knie goed moet oefenen. De eerste dag na de operatie gaat u samen met de fysiotherapeut oefenen om de knie goed te kunnen buigen. Als u de knie verder kan buigen dan negentig graden mag u met ontslag. De fysiotherapeut breidt met u het lopen en de oefeningen uit. Als alle controles goed zijn en de fysiotherapeut tevreden is over het herstel mag u naar huis. Dit is vaak op de avond van de eerste dag na de operatie.

Na de opname

Bij ontslag uit ViaSana krijgt u een voorlopige ontslagbrief voor de huisarts. Deze kunt u daar afgeven.

  • Daarnaast krijgt u ongeveer zes weken na de operatie bij uw behandelend arts een controle afspraak. Wanneer bij u operatie 1 of 2 heeft plaatsgevonden dan wordt op de poli nog een controle foto gemaakt.
  • Bij ontslag krijgt u een recept mee voor pijnstilling en spuitjes die trombose tegen gaan. Bij operatie 1 en 2 gebruikt u de spuitjes voor zes weken. Bij operatie 3 is drie weken voldoende omdat u de knie veel sneller en actiever kan gebruiken.
  • U krijgt een verwijzing mee om verder thuis te oefenen onder begeleiding van een fysiotherapeut.

Revalidatie

De eerste zes weken heeft de verplaatste pees nodig om te genezen. Daarom mag u in die periode het been niet belasten, u dient met krukken te lopen en een klittenbandbrace te dragen. Deze klittenbandbrace mag alleen af onder de douche. Douchen mag, maar niet te lang om verweking van de wond te voorkomen. De hechtingen die in de wond zitten lossen na ongeveer zes weken vanzelf op. Bij operatie 1 of 2 loopt u de eerste 6 weken met krukken en de klittenbandbrace. Na deze controle zal de arts met u bespreken hoe u de belasting van het been weer op kan bouwen. Over het algemeen gelden de volgende richtlijnen:

  • Fietsen mag weer na zes tot acht weken.
  • Autorijden mag weer als u geen krukken meer gebruikt. Dit is meestal na zes tot twaalf weken.
  • Zwemmen mag weer na zes tot acht weken.
  • Hardlopen mag weer na drie tot vier maanden.
  • Tennissen mag weer na drie tot vier maanden.
  • Lichte werkzaamheden mogen weer na acht weken.
  • Zware werkzaamheden mogen weer na drie tot vier maanden.

Na operatie 3 loopt u slechts enkele weken met krukken en mag u volledig belasten.

Adviezen voor thuis

  • Na het douchen dient u de wondjes droog te deppen. Droog houden van de wond zorgt voor een goede wondgenezing. Gebruikt u daarom geen afsluitende pleister op de wondjes.
  • Bij een warme, gezwollen knie, kunt u gebruikmaken van cold packs (verkrijgbaar bij de drogist). Daarnaast is het belangrijk om het been omhoog te leggen. Koel de wond niet langer dan 15 minuten, maximaal drie keer per dag.
  • Naast de medicijnentray, kunt u ook nog paracetamol gebruiken. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor het genezingsproces. Als het nodig is kunt u de eerste dagen de pijn met pijnstillers onderdrukken en dit langzaam afbouwen. U mag als volgt paracetamol gebruiken: de eerste dagen neemt u vier keer per dag – om de zes uur – twee tabletten paracetamol van 500 mg. Als het beter gaat bouwt u af en neemt dan twee dagen vier keer per dag – om de zes uur – één tablet paracetamol van 500 mg. Daarna stopt u en gebruikt u alleen zo nodig bij pijn twee tabletten paracetamol van 500 mg. (maximaal vier keer per dag).

Meer informatie

Deze folder geeft slechts algemene informatie en is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie die u heeft ontvangen van uw arts of andere zorgverlener. Mocht na het lezen nog vragen hebben, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst, ook in het weekend en 's nachts bij (twijfel over) een complicatie.