Halve knieprothese

Kraakbeenslijtage aan de binnenzijde van de knie (mediale arthrosis) geeft vaak toenemende pijnklachten. Deze slijtage kan het gevolg van een sportletsel waarbij de meniscus en het kraakbeen beschadigd zijn geraakt. Ook kan bij O-benen, waarbij de afstand tussen beide knieën is vergroot, deze slijtage ontstaan. Dan zit de slijtage vooral aan de buitenkant, vooral bij X-knieën. De kwaliteit van het kraakbeen kan ook spontaan verminderen. Klachten kunnen optreden bij sport, werk en dagelijkse bezigheden.

Conservatieve maatregelen, zoals oefentherapie, fietsen, injecties, gedoseerde rust, medicatie en een brace kunnen verbetering geven. Als een patiënt met een O-been toch klachten houdt aan de binnenzijde van de knie (mediale arthrosis) kan een standverandering van het onderbeen overwogen worden. Als echter de stand van het been normaal is of als de slijtage te ver is (te erg is), kan het plaatsen van een halve knieprothese oplossing bieden.

Het doel van de operatie is het slechte of afwezige kraakbeen van de binnenzijde van de knie te vervangen. Uiteraard moet in de rest van de knie het kraakbeen en de banden normaal zijn. Deze halve prothese is klein en kan derhalve via een kleinere opening geplaatst worden dan bij een hele knieprothese. Hierdoor is het herstel meestal korter en minder pijnlijk dan bij een hele knieprothese. De halve knieprothese bestaat uit twee delen: een metalen vorm voor het bovenbeen en onderbeen waartussen een plastic (een zeer slijtvast polyethyleen) schijf. De operatie vergt veel precisie en duurt daarom meestal even lang als bij plaatsen van een hele knieprothese.

De eerste 4 weken na operatie gaat u belast lopen met behulp van twee krukken. U mag na de operatie het geopereerde been volledig belasten. Het weefsel rondom de knie, het kapsel en de spieren, hebben echter tijd nodig om te herstellen. Het totale herstel vergt ongeveer 3 maanden voordat de meeste activiteiten weer gedaan kunnen worden. Vaak kunnen patiënten al binnen 4 tot 6 weken zonder krukken lopen. Fietsen is de belangrijkste oefening waardoor de knie goed gedoseerd kan herstellen. Lopen is in het begin een zwaardere belasting dan fietsen. Geleidelijk aan moet de frequentie en duur van de oefeningen opgevoerd worden.

Diagnose

Symptomen van knie arthrose
Slijtage van het kraakbeen aan de binnenzijde, mediale arthrosis, van de knie kan pijn veroorzaken. De knie kan gezwollen raken, vooral na inspanning. Sport is soms onmogelijk, de knie kan haperen of er kunnen slotklachten optreden. Ook startpijn komt voor. Het strekken van de knie kan ook beperkt zijn. Vooral bij draaibewegingen en langdurige of forse belasting nemen de klachten toe. De actieradius met lopen neemt langzaam af. Lang staan kan pijnlijk zijn of een moe gevoel geven. Vaak is in het verleden al een deel van de binnenmeniscus verwijderd of is de knie verdraaid. Patiënten met O-benen hebben een groter risico van vervroegde mediale arthrosis. Ook kan bij een instabiele knie waarbij de voorste of achterste kruisband beschadigd is eerder slijtage optreden. Bij een instabiele knie kan echter geen halve knieprothese geplaatst worden.

Diagnose knie arthrose
De diagnose van een mediale arthrosis van de knie kan een orthopedisch chirurg eenvoudig stellen aan de hand van de klachten, het lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek. Röntgenfoto's moeten altijd belast gemaakt worden en een MRI-scan kan soms aanvullende informatie geven. Bij het plaatsen van een halve knieprothese moeten de banden intact zijn. Soms is een arthroscopie gewenst om beter zicht op de knie te krijgen.

Behandeling

Conservatieve behandeling
De behandeling van klachten van een mediale arthrosis van de knie kan in eerste instantie volstaan met conservatieve maatregelen. Hierbij speelt een belastingsadvies een belangrijke rol. Fietsen is een goede vorm van spieropbouw zonder dat de knie te veel belast wordt. Bepaalde vormen van sport, met name contactsporten als voetbal, handbal en basketbal, moet vaak ontraden worden.

Tevens kan oefentherapie de spieren van de beenspieren versterken en kan de knie beter tijdens het belasten door het lichaam beschermd worden. Ook kunnen pijnstillers soms een uitkomst brengen. Daarnaast zouden glucosaminen-tabletten kunnen helpen, het wetenschappelijk bewijs is echter mager voor. Hyaluronzuur- en corticosteroid-injecties geven vaak een tijdelijke verbetering van de klachten.

Een ontlastende scharnierbrace geeft ook vermindering van de klachten, maar het dragen ervan wordt door patiënten niet altijd goed vol gehouden. Een eenvoudige knieband geeft enige tegendruk en wordt vaak als prettig ervaren.

Operatieve behandeling
Indien een conservatieve behandeling van een mediale arthrosis faalt kan een operatie uitkomst bieden. Een arthroscopie kan soms enige verbetering geven als de slijtage nog niet vergevorderd is. Het kraakbeen kan glad gemaakt worden en losse kraakbeenfragmenten kunnen verwijderd worden. Het effect van deze ingreep is echter wisselend en soms is een positief resultaat slechts van korte duur.

Afhankelijk van de ernst van de klachten, de leeftijd van patiënt, de slijtage van de knie, de stand van het been, de stabiliteit van de knie kan uw orthopedisch chirurg overwegen een tibiakop osteotomie te doen of een halve knieprothese te plaatsen. Bij actieve en jonge patiënten zal eerder voor een osteotomie gekozen worden. Ook is de keuze van operatie afhankelijk van de voorkeur en ervaring van uw orthopedisch chirurg. Voor informatie over de tibiakop osteotomie wordt u verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk.

Halve knieprothese

Het doel van de operatie is het slechte of afwezige kraakbeen van de binnenzijde van de knie te vervangen. Uiteraard moet in de rest van de knie het kraakbeen en de banden normaal zijn. Met een kleine snee van 8 cm in de huid wordt het aangetaste kraakbeen aan de binnenzijde van de knie vervangen door een halve knieprothese. Deze halve prothese is klein en kan derhalve via een kleinere opening geplaatst worden dan bij een hele knieprothese. Hierdoor is het herstel meestal korter en minder pijnlijk dan bij een hele knieprothese.

De halve knieprothese bestaat uit twee delen: een metalen vorm voor het bovenbeen en onderbeen een plastic (een zeer slijtvast polyethyleen) schijf ertussenin. Beide delen worden met botcement, een soort tweecomponenten opvulmiddel dat binnen 13 minuten uithardt, aan boven- en onderbeen zeer stevig gefixeerd. De operatie vergt veel precisie en duurt daarom meestal even lang als bij een hele knieprothese.

Complicaties

Complicaties na het plaatsen van een halve knieprothese kunnen, net als na iedere operatie, een wondinfectie, trombose of nabloeding zijn. Tevens bestaat de kans op een zenuwbeschadiging of een infectie van de prothese. In kliniek ViaSana worden deze operaties onder extra strenge steriele omstandigheden uitgevoerd.

Kliniek ViaSana

In kliniek ViaSana worden patiënten die voor een knie of heupprothese behandeld worden uitgebreid voorgelicht omtrent de behandeling. Na het eerste en soms vervolgconsult bij uw orthopedisch chirurg en nadat u op de opnamelijst bent geplaatst volgt een afspraak voor een voorlichtingsessie door ons heup- en knieteam. Dit team bestaat uit een heup- en knieconsulente en een fysiotherapeut. U mag een partner of begeleider meenemen, zodat u later thuis eventuele vragen kunt bespreken. In een bijeenkomst van 2 uur wordt u voorgelicht over de komende ingreep. Hierbij komen o.a. zaken aan de orde betreffende:
• voorbereiding en verloop van de opname
• operatie
• risico en complicaties
• opnameduur
• medicatie
• revalidatie
• thuiszorg
• nabehandeling
• bijzondere maatregelen voor de thuissituatie en de hulpmiddelen
• fysiotherapie

Tevens bestaat ruimte voor vragen en krijgt u een rondleiding door de kliniek. Indien u na deze voorlichtingsessie nog vragen heeft, is onze heup- en knieconsulente altijd telefonisch tijdens kantooruren bereikbaar. Een extra consult bij uw behandelend arts is indien gewenst ook mogelijk.

Documentatiemap

Na afloop krijgt u een documentatiemap mee, waarin helder alles staat vermeld wat die middag is verteld. Bovendien staan er uitgebreide instructies in die handig zijn om te weten voordat u geopereerd wordt en nadat u geopereerd bent. Ook staan er oefeningen in die u na de operatie moet doen. Na de opname krijgt u overigens een verwijzing mee voor oefentherapie onder leiding van een fysiotherapeut.

Na de behandeling

Wat gebeurt er na de operatie?
De opname duurt gemiddeld drie dagen. Het weefsel rondom de knie, het kapsel en de spieren, hebben tijd nodig om te herstellen. De eerste 4 weken na operatie moet het geopereerde been ontlast worden door het gebruik van krukken. Wel mag u na de operatie volledig op het been steunen, omdat de prothese direct zeer stevig zit.

Het totale herstel vergt ongeveer 4 maanden voordat de meeste activiteiten weer gedaan kunnen worden. Vaak kunnen patiënten al binnen 4 tot 6 weken zonder krukken lopen. Een lange wandeling kan meestal pas na 3 maanden weer gemaakt worden. Fietsen is de belangrijkste oefening waardoor de knie goed gedoseerd kan herstellen. Lopen is in het begin na de operatie een zwaardere belasting dan fietsen. Geleidelijk aan moet de frequentie en duur van de oefeningen opvoeren.

Resultaat

Het resultaat van de operatie is meestal goed en geeft soms tot 100% klachtenvermindering. Uiteraard is het resultaat afhankelijk van de belasting die de knie weer te verduren krijgt. Meestal geven halve knieprothese een goed resultaat van ongeveer 90% in de eerste 10 jaar. Soms echter houden patiënten pijnklachten die we niet kunnen verklaren, terwijl de prothese op de röntgenfoto goed geplaatst lijkt en de operatie voortreffelijk verlopen is. Indien een halve knieprothese los komt te zitten, kan deze vervangen worden door een hele knieprothese.